23-03-10
En toen kwam er een schildpad met een lange snuit...
Hier zijn we dan terug in Trinidad, wachtend op het vliegtuig richting België. Ik ga de laatste paar dagen aan zee logeren, in Blanchisseuse, als afscheid van deze vier maand durende tocht.

Een zalige reis met veel water. Alle bezochte landen grenzen aan de Caraïbische zee, de eilanden Cuba, Trinidad en Isla Margarita liggen er gewoon middenin. Met uitzondering van Brasil natuurlijk, maar daar stroomt dan weer de onvergetelijke Rio Amazonas. Het droge seizoen is intussen in volle gang, het is heter dan een aantal maanden geleden: tot 36°C. Ik ben verbrand, voldaan en moe gereisd, klaar dus om naar huis te gaan.

Wat me vooral bevallen heeft in deze regio zijn de mensen en hun geschiedenis. Deze ongelooflijke al dan niet vrijwillige immigranten-mengeling van uit alle continenten. Al die verschillende achtergronden, ex-slaven, ex-kolonialen, indianen, een mix van cultuur. Het resultaat een op het eerste zicht ongecompliceerde manier van leven, een recht toe recht aan genietende levenshouding ondanks de tegenwoordig vaak katholieke achtergrond. “Que rico” als ze het hebben over eten, drinken, uitgaan, seks. Ze pakken het leven met beide handen. Ik kijk er graag naar en denk wel vaker aan het verschil met andere culturen waar ik de laatste jaren gereisd heb: islam, boeddhisme, hindoe en onze eigen versie van christendom. En dat Spaans, zo zalig om te spreken, zo passend bij al dit ge-leef!
De Venezolanen de uitzondering.
Klopt het inderdaad dat ze slechtgehumeurd zijn sinds Chavez aan de macht is? Ik betwijfel het: hun landschappen zijn prachtig maar hun steden als ruimte tot sociaal leven zijn onvriendelijk en lelijk, en in ieder geval al ouder dan de regeerperiode van hun laatste staatshoofd.


De Cubanen daarentegen zijn een vrolijk, altijd dansend volkje ondanks hun gebroeders Castro die met ijzeren vuist regeren. Hún steden zijn vriendelijk en hebben het twijfelachtig voordeel de laatste decennia zo goed als niet gemoderniseerd te zijn. Cultureel erfgoed overal om je heen, en ook de manier van leven heeft een zekere nostalgische ouderwetsheid. Noodgedwongen want er is te kort aan alles. Officieel wegens de Amerikaanse boycot, maar misschien nog meer wegens de slecht geleide economie, de vlucht van het meer ondernemende deel van de bevolking.

Dé revelatie van deze reis was Colombia. Een heerlijk land met een heerlijk, bijna ouderwets beleefd volk. En verschrikkelijke problemen. Het is geen cadeau zo dicht tegen de USA te liggen, of tegen Panama met zijn kanaal (Panama was vroeger deel van Colombia, tot de Amerikanen in 1903 de separatistische beweging steunden om later hun kanaal te kunnen graven) De strijd tegen de drugs waar altijd zo hoog over opgegeven wordt, en die nu het officiële excuus is voor 6 nieuwe militaire Amerikaanse legerbasis in het land, levert niets anders op dan natuurrampen door de ontbladeringsproducten en geweld. De coca-kweek is in al deze jaren nog geen centimeter verminderd en de Amerikanen schijnen te vergeten dat zij het zijn die het witte poeder in grote hoeveelheden door hun neusgaten duwen, en ook zij die er uiteindelijk het meest aan verdienen. De kwekers zijn nog altijd boertjes die leven in de grootste armoede en er zelfs geen minimumloon aan overhouden. De echte reden voor deze basis is nog altijd de strijd tegen het communisme: Chavez, Lula, en wie hebben ze daar nog meer aan linkse rakkers. Dezelfde reden die ooit aanleiding gaf tot het financieren van de intussen compleet ontspoorde para-militaire bendes. Dezelfde reden die het regime van de Castro’s en Chavez legitimeert bij hun eigen bevolking. De Amerikanen leren het blijkbaar nooit.

Over Brasil kan ik maar weinig zeggen. Ik zag maar een erg klein deel van dit enorme land. Net te laat voor hun carnaval, maar wel een week lang geluk varend op hun machtig mooie Rio Amazonas.

En wat valt er te vertellen over Trinidad. Een mooi eilandje met een vlieghaven waar goedkope vluchten richting New York landen. Tot ik “the loss of Eldorado” begin te lezen, een vroeg werk van V.S. Naipul. Dit kleine eiland werd tevergeefs grondig doorzocht en binnenstebuiten gekeerd door verschillende koloniale mogendheden wegens de mythische verhalen het “el dorado” te zijn.

En dan nog een onverwachte mooie belevenis de laatste nacht van deze reis. Maart is het begin van de legperiode van de reuzenschildpadden die oa vanuit Australië komen gezwommen om hier hun eieren te begraven aan het stand. Ik ben s’avonds mijn bagage aan het inpakken als iemand me komt halen.


Een enorm beest van 2 meter lang en misschien wel 200 á 300 kg scharrelt over het zand en begint nauwgezet een diepe, mooi afgewerkte kuil te graven, waarna er tot 200 eieren in gelegd worden. De hele procedure is moeizaam, het beest zucht en kreunt. Alles wordt na gedane zaken langdurig afgedekt, een breed spoor rondom wordt getrokken om de precieze plaats te camoufleren. De totale actie duurt drie uren en afgepeigerd sleept de schildpad zich terug tot in de branding om haar wederhelft te vervoegen die wacht verderop in zee. Deze zelfde nacht nog vertrekken ze samen weer naar huis, hetgeen ik morgen ook ga doen. Bueno, basta el viaje. Tot binnenkort in België!

00:40 Gepost door Greta in reizen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit












